Ingezonden reactie op artikel Namenmonument in juninummer Buurtkrant 1018

“Tot de plaatsing van het Namenmonument van Libeskind, en ook tot de plaatsing aan de Weesperstraat, is in de Gemeenteraad unaniem besloten. Dat neemt niet weg dat omwonenden bezwaar kunnen aantekenen en van dat recht wordt dan ook gebruik gemaakt. Wat men ook vindt van de vormgeving van het monument en zijn plaatsing, dat er een monument komt waarop de namen worden vermeld en herdacht van onder meer bijna 62000 vermoorde stadgenoten is gepast en dat de Gemeente daaraan een bijdrage levert lijkt me zeer terecht, ook gezien de bepaald niet fraaie rol die Amsterdamse instanties tijdens en na de oorlog hebben gespeeld. Ik heb dan ook groot bezwaar tegen de opmerking van Hardeman dat de schenking van drie miljoen euro een uiting zou zijn van dedain van de Gemeente “voor haar bewoners”. Ik vind dat een heel kwalijke opmerking. Die gift heeft niets te maken met de uiteindelijke plaats van het monument, het omhakken van een aantal bomen, of welk bezwaar tegen de plaatsing in de Weesperstraat dan ook, maar alles met een daad van fatsoen en van voldoening van een ereschuld aan 62000 vermoorde Amsterdammers. Hardeman meldt zelf dat de bezwaarde omwonenden “absoluut niet tegen de komst van een Namenmonument zijn”. Welnu, de schenking van de Gemeente is bedoeld die realisatie van dat Namenmonument mogelijk te maken. Ik kan niet begrijpen wat deze gift te maken heeft met dedain voor de omwonenden. Deze terechte bijdrage aan een monument waartoe in de gemeenteraad unaniem is besloten heeft de omwonenden op geen enkele wijze gehinderd bij het kenbaar maken van hun bezwaren tegen de plaatsing in de Weesperstraat en de uitslag zien we allemaal met belangstelling tegemoet. Maar laten we intussen de argumenten wel zuiver en fatsoenlijk houden.”

Fons Baede