Vrijspraak en gevangenisstraffen voor de aanslagen bij de Pizzabakkers

In juli werd een 25 jarige verdachte T. door de Amsterdamse rechtbank vrijgesproken van betrokkenheid bij een reeks aanslagen in september 2025 op vestigingen van De Pizzabakkers aan de Plantage Kerklaan. T. was vorig jaar aangehouden toen zijn DNA was gevonden op een plastic fles die bij een van de aanslagen tot ontploffing was gebracht. Ook was zijn DNA gevonden op een rugzak, een plastic fles en een cobra die een 14-jarige jongen de dag erna aan de deur van de Pizzabakkers had gehangen. Die aanslag was op het nippertje voorkomen omdat er inmiddels cameratoezicht was aangebracht. De rechtbank achtte ondanks deze feiten de betrokkenheid van T. bij de aanslagen niet bewezen door zijn verklaring hoe zijn DNA-materiaal op die voorwerpen terecht was gekomen.

Beeld: BO1018

T. woonde in die tijd in een woonproject voor begeleid wonen en deelde de woning met twee medebewoners en er kwamen daar regelmatig ook andere mensen over de vloer. T. had ter verdediging gesteld dat hij de spullen waar zijn DNA op was aangetroffen mogelijk wel had vastgehad, maar verder niet. In de uitspraak stelt de rechtbank dat uit de sporen zou kunnen worden afgeleid dat de man betrokken is geweest bij deze beide incidenten, maar concludeert toch dat “de DNA-sporen niet met zekerheid als dadersporen gezien kunnen worden, omdat niet vastgesteld kan worden wanneer, onder welke omstandigheden en door welke handeling het DNA-materiaal op de rugtas, dop van de fles en Cobra terecht zijn gekomen.” Op basis van dit alles kwam de rechtbank uiteindelijk tot vrijspraak.

Maar na zijn arrestatie was bij een huiszoeking bij T. ook nog een wapen gevonden. T. zei dat hij het wapen alleen in bewaring had genomen omdat dat hem een paar tientjes zou opleveren. Het verweer hielp hem niet, hij werd veroordeeld tot 8 maanden cel. T beschikte al over een fors strafblad en was in het verleden veroordeeld tot jeugd-tbs.

Vier maanden eerder, In maart, werd de bovengenoemde 14 jarige jongen veroordeeld die op 2 september was betrapt toen hij een tas met zwaar vuurwerk, een Cobra 6 en drie flessen benzine aan de deur van de pizzeria bevestigde. Hij kreeg van de rechtbank 69 dagen jeugddetentie – dezelfde tijd die hij in voorarrest had gezeten - en daarnaast een voorwaardelijke straf van 111 dagen met een proeftijd van twee jaar.

Een maand later, in april, werd een twintigjarige man voor het medeplegen van de aanslagen veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een aantal stringente voorwaarden (zoals begeleid wonen en verplicht reclasseringstoezicht). De man had een sturende en coördinerende rol gespeeld bij de aanslagen en, en daar tilde de rechter zwaar aan, onder andere de eerder genoemde minderjarige jongen instructies gegeven en van alle explosieven voorzien.

De Pizzabakkers hadden in deze laatste zaak ook €650.000 geëist wegens schade en misgelopen inkomsten. Deze vorderingen werden in de strafzaak niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank overwoog dat het onvoldoende duidelijk was dat juist deze aanslag en de daaropvolgende gedwongen sluiting van de zaak de oorzaak waren van de totale bedrijfsschade. Ook zou het behandelen van de vordering en het vaststellen van de precieze hoogte van de schade te complex zijn voor het strafproces. De Pizzabakkers werden voor de schadeclaim verwezen naar de civiele rechter.

Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk wie er achter de aanslagen zat, en waarom de Pizzabakkers doelwit waren.